ziekte van Crohn

Het verloop van de ziekte van Crohn meten


Een bloed- en stoelgangonderzoek kunnen het verloop meten van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa (CU). Maar hoe ontcijferen we de onderzoeksresultaten?


Drie ontstekingsmarkers

Een bloedanalyse is één van de courantste onderzoeken om het verloop na te gaan van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa (CU). Daarbij wordt er gespeurd naar drie ontstekingsmarkers:

  • CRP (C-Reactieve Proteïne), een eiwit waarvan de concentratie stijgt naarmate de ontsteking verergert;

  • fibrinogeen, een eiwit waarvan het gehalte eveneens toeneemt bij een ontstekingsreactie;

  • de bezinkingssnelheid (BS): de snelheid waarmee de rode bloedcellen tot op de bodem van een smal buisje zakken. Hoe hoger die snelheid, hoe zwaarder de ontsteking.

Wanneer is er een bloedanalyse nodig?

Deze ontstekingsmarkers zijn niet specifiek voor de ziekte van Crohn en CU: ze kunnen stijgen bij alle ontstekingsverschijnselen (urine-infecties, luchtweginfecties…). Toch zijn deze drie metingen nuttig om het ziekteverloop na te gaan wanneer er al een diagnose gesteld is. Zo kan een bloedonderzoek uitmaken of de ziekte van Crohn of CU nog altijd in remissie zijn. Het is immers mogelijk dat de ziekte zich in de actieve fase bevindt, ook al zijn er heel weinig symptomen.

Stoelgangonderzoek 1,2

Door het calprotectinegehalte te bepalen in een stoelgangstaal, kan er een mogelijke darmontsteking opgespoord worden. Dit onderzoek is dan ook specifieker dan een bloedanalyse. Calprotectine is een eiwit dat vrijkomt in het spijsverteringskanaal en vervolgens geëlimineerd wordt in de stoelgang, waar het kan worden gemeten.

Een nuttig onderzoek in twee gevallen

  • Het calprotectinegehalte in de stoelgang kan gemeten worden bij de diagnose, om het prikkelbare-darmsyndroom uit te sluiten. Dit syndroom veroorzaakt geen ontstekingsreactie, maar de symptomen lijken wel heel sterk op die van chronische inflammatoire darmziekten (diarree, buikpijn…). Daardoor kan het heel gemakkelijk verward worden met dit type aandoeningen.

  • Wanneer de ziekte van Crohn en CU niet of niet meer onder controle zijn, leiden ze tot een ontsteking van het spijsverteringskanaal. Meting van de fecale calprotectine is dus ook nuttig om de doeltreffendheid van de behandeling te evalueren.


Bepaling van het calprotectinegehalte wordt momenteel nog niet terugbetaald in België, maar wordt wel voorgesteld als betrouwbaar en niet-invasief alternatief voor coloscopie.



Références

1. Sipponen T et al. , Scand J Gastroenterol 2010;45 : 325-331
2. Gastroenterologie Clinique et Biologique Juin 2009 ; (S 3) : 158-173







Dit artikel kwam tot stand met medewerking van dr. Arnaud Colard (Clinique Saint-Joseph in Luik).


Tags:
Diagnose


Terug