ziekte van Crohn

Een verhoogd kankerrisico?


De ziekte van Crohn verhoogt in mindere mate dan colitis ulcerosa (CU) het risico op colorectale kanker. Een doeltreffende behandeling en regelmatige coloscopieën kunnen echter kanker helpen voorkomen.



Meer of minder risico, afhankelijk van de omvang van de ontsteking

Chronische ontsteking op de dikke darm kan celveranderingen veroorzaken die kunnen ontaarden in kanker. Hoe groter het ontstoken gedeelte van het colon, hoe groter het kankerrisico. Deze vaststelling verklaart waarom CU, die het hele colon treft, vaker ontaardt in kanker dan de ziekte van Crohn, waarbij zelden het volledige colon is aangetast (meestal alleen bepaalde colonsegmenten).

Andere risicofactoren

Het kankerrisico is ook evenredig met de duur van het ziekteverloop. Hoe langer de ziekte al woekert, hoe belangrijker een goede follow-up. Ook het bestaan van kankergevallen in de familie moet aanzetten tot regelmatige controles. Tot slot is ook scleroserende cholangitis, een leverziekte die soms optreedt bij patiënten met IBD (veel vaker bij colitis ulcerosa dan bij de ziekte van Crohn) , een risicofactor om rekening mee te houden.

Regelmatig op controle

Het goede nieuws is dat het risico op colorectale kanker bij de ziekte van Crohn en CU drie tot zes keer lager ligt dan in de jaren 70 en 80. Dankzij de huidige behandelingen, die de ziekte beter onder controle houden, bedraagt dat risico na twintig jaar nog slechts 5 à 10 %. Het ligt dus ongeveer twee keer hoger dan bij de algemene bevolking. Bij patiënten met een uitgebreide colitis ulcerosa moet, vanaf tien jaar na de diagnose, er om de twee jaar een coloscopie uitgevoerd worden. Daarmee kunnen vandaag eventuele voorlopers van kanker opgespoord worden (dysplasieën). Als die tijdig ontdekt worden kan deze worden behandeld, om kanker te voorkomen of te genezen in een vroeg stadium.

 

Dit artikel werd gerealiseerd met de medewerking van Dr. Filip Baert, Heilig Hart Roeselare.




Terug