
Verschillende voedingsmiddelen werden onderzocht als mogelijke oorzaak bij het ontstaan van de ziekte van Crohn. Voor geen enkel voedingsmiddel werden er overtuigende bewijzen gevonden. Vandaar dat een dieet voor de meeste patiënten niet noodzakelijk is.
Toch leggen sommige patiënten met de ziekte van Crohn zichzelf een streng dieet op om ontstekingsopstoten te vermijden. Een dergelijk dieet is niet alleen zinloos als preventiemiddel, maar kan bovendien gevaarlijk zijn. Mensen met een ernstige vorm van inflammatoir darmlijden lopen immers het risico op ondervoeding. Dat kan door verminderde eetlust of door verlies aan voedingsbestanddelen door diarree of door verminderde opname als gevolg van de darmaantasting.
Uitzondering op volledige voeding
Een belangrijke uitzondering op de volledige voeding vormen de patiënten met een ernstige vernauwing van de dunne darm. Zij lopen het risico dat onverteerde voedselbestanddelen vast komen te zitten boven of in het vernauwde deel van de darm waar ze een obstructie of verstopping kunnen veroorzaken. Deze patiënten kunnen best een restenarm dieet volgen. Dat betekent zo weinig mogelijk inname van rauwe groenten en fruit (vooral steenvruchten kunnen gevaarlijk zijn), volle granen, bonen, enz… Bij een dergelijk dieet dat vrij eenzijdig kan zijn, kan het aangewezen zijn om extra vitamines in te nemen. Wanneer een chirurgische ingreep de vernauwing heeft opgeheven, kan de patiënt vrijwel altijd overschakelen op een normaal dieet.
Minder goed verdragen voedingsproducten
Daarnaast kunnen sommige patiënten ervaren dat bepaalde voedingsmiddelen, bijvoorbeeld bepaalde groenten of fruitsoorten of melk, minder goed verdragen worden. Voedingsproducten die ook bij gezonde personen reeds neiging tot diarree veroorzaken, zullen dit des te meer doen bij patiënten met inflammatoire darmziekten. Het is uiteraard belangrijk om daarmee rekening te houden.
Samengevat: al te strikte dieetmaatregelen worden best vermeden. Het is belangrijk dat de patiënt zelf ondervindt wat kan en niet kan om in overleg met de behandelende arts een zo goed mogelijke voedingstoestand en levenskwaliteit te behouden.
Dit artikel werd gerealiseerd met de medewerking van prof. dr. Philippe Van Hootegem, AZ Sint-Lucas Brugge
Literatuur : G.D’Haens, P.Rutgeerts et al. 101 vragen over langdurige darmziekten, Lannoo, 2005


